Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming bij minderjarige verdachten

Als er een strafbaar feit is gepleegd door een minderjarige, dan worden Bureau Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming bij de zaak betrokken. Deze twee instanties hebben elk hun eigen taken.

De jeugdreclassering

Minderjarige verdachten en daders komen vanzelfsprekend in aanraking met politie en justitie. Voor volwassenen die met politie en justitie in aanraking komen is er de reclassering. Voor minderjarigen is er de jeugdreclassering, welke wordt verzorgd door Bureau Jeugdzorg. De jeugdreclassering is goed te vergelijken met de gewone reclassering voor volwassenen. De jeugdreclassering zorgt voor de nodige steun en begeleiding in diverse fases van het proces. Deze begeleiding kan door de officier van justitie, door de Raad voor de Kinderbescherming of door de kinderrechter verplicht worden gesteld, maar in sommige gevallen is dit ook vrijwillig.

Bureau Jeugdzorg en de William Schrikker Jeugdreclassering

De Raad voor de Kinderbescherming kan adviseren om de minderjarige uit de inbewaringstelling te laten schorsen. In dit geval loopt de inbewaringstelling formeel wel door, maar de minderjarige mag dan naar huis. In veel gevallen worden er wel voorwaarden gesteld, vaak in de vorm van regelmatig melden voor een vastgestelde periode. De minderjarige dient zich dan bij de jeugdreclassering te melden. In de meeste gevallen wordt dit door Bureau Jeugdzorg uitgevoerd, maar in bepaalde gevallen wordt dit uitgevoerd door de William Schrikker Jeugdreclassering. Deze jeugdreclassering is er speciaal voor minderjarigen die kampen met een zintuiglijke handicap, met een lichamelijke of (licht) verstandelijke handicap of met een chronische ziekte.

De Raad voor de Kinderbescherming

Als er tegen een minderjarige een proces-verbaal opgemaakt wordt of als de minderjarige in verzekering wordt gesteld zal deze minderjarige verdachte met de Raad voor de Kinderbescherming te maken krijgen. Het is de politie verplicht om in één van deze situaties de Raad voor de Kinderbescherming in te roepen voor vroeghulp. Dit betekent dat de minderjarige verdachte op de korte termijn een medewerker van de Raad voor de Kinderbescherming op bezoek krijgt die uitleg zal geven aan de strafprocedure.

Overige taken van de Raad voor de Kinderbescherming

Als er sprake is van een strafzaak, dan heeft de Raad voor de Kinderbescherming een adviserende en informerende taak tegenover zowel de rechter als de officier van justitie. Om deze taken uit te kunnen voeren dient de Raad voor de Kinderbescherming een onderzoek in te stellen naar de leefomstandigheden van de betreffende minderjarige verdachte. Hierbij zal worden gecontroleerd of er sprake is van een thuissituatie die omschreven kan worden als zorgelijk. Er wordt verder gekeken naar de vrijetijdsbesteding en naar de omstandigheden op school of op het werk. Aan de hand van dit onderzoek wordt er een rapport opgesteld en kan er een strafadvies worden geschreven die passend is aan de betreffende minderjarige verdachte. Wanneer er door de officier van justitie wordt besloten dat de minderjarige verdachte langer moet blijven vastzitten dan de inverzekeringstellingsperiode, dan wordt er een zogenaamde bewaring gevorderd. Tijdens de voorgeleiding zal de rechtercommissaris hier uiteindelijk over beslissen. De Raad voor de Kinderbescherming is hier ook bij aanwezig om de visie van de Raad voor de Kinderbescherming betreffende deze zaak uit te spreken. Wanneer de strafzaak inhoudelijk wordt behandeld, dan zal de Raad voor de Kinderbescherming hier ook aanwezig zijn.

[bsa_pro_ad_space id=15]