De stamrechtverzekering

De stamrechtverzekering is iets waar we tegenwoordig geen gebruik meer van kunnen maken. In het verleden wat het zo dat een werknemer die een ontslagvergoeding kreeg een beroep kon doen op het zogenaamde stamrecht. Hierbij was het zo dat de werkgever geen loonbelasting hoefde in te houden van de ontslagvergoeding, maar het volledige bruto bedrag kon overmaken aan de verzekeringsmaatschappij. Helaas is dit sinds 1 januari 2014 afgeschaft en is het een werkgever tegenwoordig verplicht om wel direct loonbelasting af te trekken van het totale bedrag. De werknemer krijgt het netto bedrag van de ontslagvergoeding.

Er waren twee verschillende varianten

De werknemer kon zelf kiezen uit twee verschillende stamrechtverzekering varianten, namelijk direct ingaand stamrecht en uitgesteld stamrecht. Bij direct ingaand stamrecht kreeg de werknemer per direct periodieke uitkeringen van het bedrag van de ontslagvergoeding. Wanneer de werknemer koos voor uitgesteld stamrecht, dan werden de periodieke uitkeringen pas gestart op een later moment.

Direct ingaand stamrecht

Een werknemer die ineens te maken kreeg met een lager salaris bij een nieuwe werkgever of met een lagere uitkering per maand deed er goed aan om te kiezen voor een direct ingaand stamrecht. Hierbij werd er direct periodiek uitgekeerd en ontstond er op die wijze een aantrekkelijke aanvulling op het maandelijkse inkomen. Er bestond de mogelijkheid om de uitkeringen bij direct ingaand stamrecht levenslang door te laten lopen of slechts voor een bepaalde periode. De uitkeringen hoefden niet allemaal gelijk te zijn in hoogte van het bedrag en de uitkeringen konden worden uitbetaald op basis van het leven van de werknemer, maar ook op die van de partner. Belastingen werden direct ingehouden op ieder uitkeringsbedrag.

Uitgesteld stamrecht

Als een werknemer geen aanvulling op het volgende inkomen nodig had, dan konden de uitkeringen ook in de wacht worden gezet. Hierbij bleef het bedrag in beheer bij de verzekeringsmaatschappij en kon het bedrag nog groeien door rente. De werknemer kon op ieder moment geld opnemen, maar dit moest wel gebeuren in de vorm van periodieke uitkeringen. Hierbij moest de uitkering ook ingaan vóór de pensioenleeftijd. Hiermee was het een fijne optie voor veel werknemers om iets eerder te kunnen stoppen met werken of om een mooie aanvulling te hebben op het pensioen.

Aan wie werden de periodieke uitkeringen betaald?

De periodieke uitkeringen mochten niet zomaar aan iedereen worden uitbetaald. Deze konden uiteraard aan uzelf worden betaald zolang u niet kwam te overlijden tijdens de looptijd. Daarnaast was het ook mogelijk om de bedragen te laten betalen aan uw partner na uw overlijden. Hierbij mocht het ook gaan om een samenwonende partner. De uitkeringen konden ook worden overgemaakt aan kinderen, aan pleegkinderen en stiefkinderen. Hier was echter wel een regel aan verbonden. Deze personen mochten namelijk niet ouder zijn dan dertig jaar.

[bsa_pro_ad_space id=13]