Omgangsregeling met kind van ex-partner: rechtbank wijst verzoek vader af
Een omgangsregeling met kind van ex-partner is alleen mogelijk als je een 'nauwe persoonlijke betrekking' met dat kind hebt opgebouwd. De rechtbank Gelderland oordeelde op 9 juni 2026 dat een man die ongeveer twee jaar met zijn toenmalige partner en haar dochter samenwoonde, geen recht op omgang had. De band was volgens de rechter te kort en het kind te jong. De man werd niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de rechter niet eens toekwam aan de vraag hoe een regeling eruit zou moeten zien.
Wat er speelde
Een man en een vrouw woonden in 2022 en 2023 samen. In dat gezin woonden ook haar dochter en zijn eigen dochter uit een eerdere relatie. De dochter van de vrouw verbleef het grootste deel van de tijd in dit gezin en ging om het weekend naar haar eigen vader. In januari 2024 ging het stel uit elkaar. Daarna volgde een knipperlichtrelatie met af en toe gezamenlijke uitstapjes en verjaardagen, maar geen samenwonen meer. In april 2025 was het definitief voorbij.
Sinds begin 2024 was er geen structureel contact meer tussen de man en het dochtertje van zijn ex. De laatste keer dat hij haar zag, was in november 2025, toen hij haar toevallig tegenkwam bij de buitenschoolse opvang terwijl hij zijn eigen dochter ophaalde. De man vond dat hij en zijn dochter het meisje misten en vroeg de rechter om een omgangsregeling: eens per twee weken op een doordeweekse dag, bij voorkeur op dinsdag, met ophalen van school en terugbrengen naar de moeder.
De juridische kern in mensentaal
De wet geeft niet alleen ouders recht op omgang met een kind. Ook iemand die in een 'nauwe persoonlijke betrekking' tot een kind staat, kan zo'n recht hebben. Dat staat in artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek en wordt beschermd door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), dat het recht op 'family life' regelt. Belangrijk: je hoeft hiervoor niet de biologische of juridische ouder te zijn. Dat de man niet de vader van het meisje was, stond een regeling dus niet in de weg.
De rechter moest eerst beoordelen of er tussen de man en het kind echt zo'n nauwe band bestond. Pas als die er is, kan een rechter inhoudelijk naar een omgangsregeling kijken. Zonder die band wordt de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard. Dat is een formele uitkomst: de rechter komt dan niet toe aan de vraag of omgang goed of slecht zou zijn voor het kind.
Wat de rechter besloot
De rechtbank vond dat er geen nauwe persoonlijke betrekking was. Daarbij speelden meerdere dingen mee. De man had maar een relatief korte periode, ongeveer twee jaar, in gezinsverband met het meisje samengeleefd. Het kind was in die tijd nog een peuter en dus heel jong. En sinds begin 2024 was er geen structureel contact meer geweest.
De man stelde dat hij een volwaardige vaderrol had, met zorgtaken als eten geven, naar bed brengen en halen en brengen. De moeder betwistte dat en zei dat het grootste deel van de zorg bij haar lag. Volgens de rechter had de man onvoldoende onderbouwd dat hij een groot aandeel had in de dagelijkse verzorging en opvoeding. De rechtbank wees er ook op dat een kind in zijn leven vaker te maken kan krijgen met nieuwe partners van ouders. Niet elke samenwoning levert daarmee automatisch een recht op omgang op, want dan zou een kind met allerlei omgangsregelingen en opvoedsituaties geconfronteerd worden.
De rechter wees het verzoek dus af door de man niet-ontvankelijk te verklaren. Daarmee week de rechtbank af van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. De proceskosten werden gecompenseerd, wat inhoudt dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Het verwijt van misbruik van recht
De moeder vond dat de man misbruik van recht maakte door deze procedure te starten. Zij vermoedde dat hij de zaak gebruikte om contact met haar te houden en wees op een gesprek met de wijkagent. De man betwistte dat en zei dat de wijkagent alleen zijn kant van het verhaal kwam horen. De rechtbank ging niet mee in het verwijt: de moeder had onvoldoende onderbouwd dat er sprake was van stalkend gedrag. Daarom werd ook haar verzoek om de man in de proceskosten te veroordelen afgewezen.
Wat dit voor jou betekent
Deze zaak laat zien dat samenwonen met het kind van een partner niet automatisch een recht op omgang oplevert als de relatie uitgaat. Het gaat erom of er een echte, nauwe band is opgebouwd. Daarbij kijkt de rechter onder andere naar hoe lang je samen in een gezin leefde, hoe oud het kind toen was, welke zorgtaken je daadwerkelijk op je nam en of er na de breuk nog contact was. Wie zo'n band wil aantonen, zal concreet moeten onderbouwen wat zijn rol in de dagelijkse verzorging en opvoeding was. Een korte periode met een heel jong kind en daarna jaren weinig contact maakt dat lastig.
Wat ook opvalt: een verzoek om omgang starten is op zichzelf geen misbruik van recht, zolang de andere partij niet kan aantonen dat het om iets anders te doen is, zoals ongewenst contact zoeken.
Dit artikel is een journalistieke bespreking van een uitspraak en is geen juridisch advies. Heb je zelf met een vergelijkbare situatie te maken? Leg je zaak dan voor aan een advocaat of jurist. Bron: ECLI:NL:RBGEL:2026:4507.