Strook grond van de gemeente in je tuin: wanneer word je door verjaring eigenaar?
Strook grond van de gemeente die al jaren bij jouw voortuin hoort, kan na lange tijd echt van jou worden door verjaring. Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant. Een familie gebruikte sinds 1971 een strook grond voor haar woning als deel van de tuin en oprit. Toen de gemeente die strook na ruim vijftig jaar terugeiste, oordeelde de rechter dat de familie inmiddels eigenaar was geworden. In dit artikel lees je hoe dat zit en waar het bij verjaring op aankomt.
Wat er speelde
Een familie woont sinds 1971 in een hoekwoning. Voor het huis ligt een strook grond die volgens het kadaster bij de gemeente hoort. Op papier is die strook namelijk onderdeel van het gemeenteperceel waarop ook het trottoir en de straat liggen. In de praktijk gebruikte de familie de strook al die jaren als deel van haar voortuin en als verlengstuk van de oprit.
In 1971 plantte de familie op de strook een vuurdoornhaag rondom de voortuin. Ze bestraatte een stuk als laatste deel van de oprit en zette er later bomen op. De haag is altijd onderhouden en staat nog steeds op dezelfde plek. Voor wie langsloopt vormt de strook visueel een geheel met de tuin van de familie.
In 2024 schreef de gemeente de familie aan. Volgens de gemeente was de strook gewoon gemeentegrond en moest de familie het gebruik staken. De familie was het daar niet mee eens. Volgens haar was zij na al die jaren door verjaring eigenaar geworden. Geen van beide partijen kwam er samen uit, dus belandde de zaak bij de rechter.
Waar verjaring over gaat
Verjaring betekent kort gezegd dat je na verloop van tijd eigenaar kunt worden van grond die je lang genoeg in bezit hebt gehad. Omdat de familie de strook al sinds 1971 gebruikte, moest de rechter de zaak beoordelen naar het oude recht dat toen gold. Onder dat oude recht was een onafgebroken bezit van twintig jaar nodig. En er was nog een voorwaarde: de bezitter moest te goeder trouw zijn.
De rechter moest dus twee vragen beantwoorden. Was er sprake van bezit van de strook? En was de familie daarbij te goeder trouw? Bij bezit gaat het er niet om wat in het kadaster staat, maar om hoe de situatie naar gewone maatschappelijke opvattingen overkomt. De vraag is of de eigenaar tegen wie de verjaring loopt redelijkerwijs kon zien dat iemand anders zich als eigenaar gedroeg.
Hoe de rechter de strook beoordeelde
De rechter vond dat de familie zich wel degelijk als eigenaar had gedragen. De strook is met een vuurdoornhaag omheind, er stond beplanting op, een deel was bestraat als oprit en het geheel oogt als onderdeel van de tuin. Dat samenstel van handelingen wijst er volgens de rechter op dat de familie pretendeerde eigenaar te zijn.
De gemeente bracht hier tegenin dat de haag misschien niet hoog en ondoordringbaar genoeg was. Partijen ruzieden zelfs over een paar centimeter haaghoogte. De rechter vond dat niet doorslaggevend. Ook bij de lagere hoogte die de gemeente noemde, stap je niet zomaar over de haag heen. Bovendien is ondoordringbaarheid op zichzelf niet beslissend: het gaat om het totaalbeeld.
Veelzeggend was iets anders. Rond 1981 had een voorganger van de gemeente de familie gevraagd de haag te verlagen vanwege de verkeersveiligheid bij het kruispunt. De familie deed dat meteen. De rechter wees erop dat de gemeente blijkbaar zelf ook handelde alsof de familie eigenaar was. Had de gemeente de strook als haar eigendom gezien, dan had ze de haag zelf kunnen inkorten. Dat is niet gebeurd.
De gemeente voerde nog aan dat ze het gebruik alleen maar had gedoogd. De rechter ging daar niet in mee. Als gedogen niet meer inhoudt dan niets doen, houdt dat de verjaring niet tegen. Bij grond van een overheid mogen wel zwaardere eisen worden gesteld aan zo'n eigendomsclaim, maar uitgesloten is die claim daarmee niet.
Waarom de familie te goeder trouw was
Voor de goede trouw keek de rechter naar de situatie in 1971. Het trottoir lag er toen al. Aan de zijkant van het hoekperceel liep de stoep precies tot aan de perceelsgrens. De familie mocht er daarom van uitgaan dat dit aan de voorzijde ook zo was en plantte de haag tot aan het trottoir. Dat de strook eigendom van de gemeente kon zijn, kwam pas ruim vijftig jaar later aan het licht, toen de gemeente onderzoek deed naar zogeheten reststroken. De gemeente sprak deze gang van zaken niet tegen. De rechter oordeelde daarom dat de familie te goeder trouw was.
Wat de uitspraak laat zien
Met bezit en goede trouw aanwezig, en de termijn van twintig jaar ruim verstreken, slaagde het beroep op verjaring. De rechter verklaarde dat de familie door verjaring eigenaar is geworden van de strook. De vorderingen van de gemeente werden afgewezen en de gemeente moest de proceskosten betalen. De familie kan het vonnis zelf laten inschrijven in de openbare registers, zodat de papieren situatie klopt met de werkelijkheid.
Wat deze zaak laat zien: of een strook grond van de gemeente door verjaring van jou wordt, hangt af van alle omstandigheden samen. Een haag, beplanting, bestrating en een tuin die als geheel oogt, kunnen samen wijzen op bezit. Ook het gedrag van de gemeente zelf telt mee. En de goede trouw wordt beoordeeld naar het moment waarop het gebruik begon. Wie zo'n discussie met een gemeente of buurman heeft, ziet aan deze uitspraak waar een rechter naar kijkt.
Dit artikel is informatief en bedoeld als signalering van een uitspraak. Het is geen juridisch advies. Heb je zelf een geschil over een strook grond of verjaring? Leg je situatie dan voor aan een advocaat of jurist.