De totstandkoming van de uitspraak van de strafrechter

Een strafrechter moet uiteindelijk bepalen of u wel of niet schuldig bent aan het plegen van het strafbare feit waar u verdacht van wordt. Uiteraard is het niet zo dat de rechter hierbij op het gevoel af mag gaan. Hiervoor moet de rechter het beslissingsmodel volgen dat bestaat uit vier formele vragen en vier hoofdvragen.

De 4 formele vragen

De rechter zal zich in eerste instantie buigen over de volgende vragen:

  • Is de dagvaarding geldig?
  • Is de rechter bevoegd?
  • Is het Openbaar Ministerie ontvankelijk?
  • Kan de vervolging zonder schorsing worden voortgezet?

In hoeverre is de dagvaarding geldig?

De dagvaarding moet aan bepaalde voorwaarden voldoen om geldig te zijn. Dit moet door de rechter worden gecontroleerd. Daarnaast moet de rechter vaststellen dat de dagvaarding aan de verdachte is aangeboden op de juiste wijze. Dit wil zeggen, toegestuurd of persoonlijk uitgereikt. Alle nodige informatie dient op de dagvaarding te staan. Wanneer de dagvaarding niet aan alle gestelde eisen voldoet, dan zal er in de meeste gevallen een nieuwe dagvaarding worden uitgebracht. In dit geval is er sprake van nietigheid van de dagvaarding. In bepaalde gevallen is het mogelijk om tijdens de zitting een wijziging aan te brengen in de dagvaarding.

In hoeverre is de rechter bevoegd?

Uiteraard is het belangrijk dat de strafzaak voor de juiste rechter wordt gebracht. Dit moet dan ook worden vastgesteld aan de hand van de regels van de absolute competentie. Deze regels geven de bevoegdheid van de betreffende rechter aan op een bepaald rechtsgebied. Wanneer de verkeerde rechter voor de strafzaak is gekozen, dan kan dit door uw advocaat worden bepleit en moet er in de meeste gevallen een nieuwe dagvaarding worden opgesteld waarin de juiste rechter wordt benoemd.

In hoeverre is het Openbaar Ministerie ontvankelijk?

Het komt voor dat het Openbaar Ministerie geen recht heeft om u voor een bepaalde zaak te vervolgen. Het moet dan ook worden vastgesteld dat dit recht wel bestaat. In diverse situaties mag u niet strafrechtelijk worden vervolgd door het Openbaar Ministerie, bijvoorbeeld wanneer de zaak al is verjaard, wanneer u jonger dan 12 jaar bent, wanneer u al eens voor hetzelfde strafbare feit vervolgd bent of wanneer de vervolging aan een andere (lid)staat is overgedragen. Zo zijn er meer voorbeelden van situaties waarin u niet mag worden vervolgd door het Openbaar Ministerie.

 

Is het mogelijk om de vervolging voort te zetten zonder schorsing?

Er moet worden bepaald of er mogelijk schorsingsgronden aanwezig zijn. Bij hoge uitzondering is het zo dat een vervolging wordt geschorst. Vanzelfsprekend betekent dit ook dat de strafzitting geschorst dient te worden.

De 4 hoofdvragen

Vervolgens moeten de volgende 4 hoofdvragen worden beantwoord:

  • Kan het ten laste gelegde feit worden bewezen?
  • Is het een strafbaar feit?
  • Is de dader strafbaar?
  • Welke straf of maatregel moet worden opgelegd?

Kan worden bewezen dat u schuldig bent aan het strafbare feit?

De rechter zal moeten bekijken in hoeverre het bewezen is dat u daadwerkelijk schuldig bent aan het plegen van het betreffende strafbare feit. De wettige bewijsmiddelen worden bekeken. Daarnaast is het zo dat de eigen overtuiging ook een rol speelt. Wanneer de rechter er niet van overtuigd is dat u het strafbare feit heeft gepleegd, dan kan de rechter u vrijspreken. Dit gebeurt in de meeste gevallen wanneer de bewijzen niet wettig en / of overtuigend zijn.

Is het gepleegde feit wel strafbaar?

In de wet staan alle strafbare feiten nauwkeurig omschreven. Het is zo dat de hele omschrijving van het betreffende strafbare feit moet zijn overgenomen in de tenlastelegging om daadwerkelijk te mogen spreken van een strafbaar feit. Wanneer er een fout wordt gemaakt in het overnemen van de omschrijving, dan is er dus geen sprake van een strafbaar feit. Dit heeft te maken met het feit dat het wetsartikel en het omschreven feit in de dagvaarding niet met elkaar overeenkomen. Deze fout moet dan wel tot het laatst onopgemerkt blijven, want zelfs op de dag van de zitting mag dit nog worden aangepast door de officier van justitie. In sommige gevallen is het zo dat de rechter zal bepalen dat u geen strafbaar feit heeft gepleegd wanneer er sprake is van zogenaamde rechtvaardigingsgronden. Overmacht of noodweer zijn hier goede voorbeelden van.

 In hoeverre is de dader daadwerkelijk strafbaar?

Zelfs wanneer al is vastgesteld dat u de daadwerkelijke dader bent moet nog worden vastgesteld of u wel gestraft kunt worden. Er zijn namelijk situaties waarin dit niet mogelijk is. De rechter dient zich ook hierover te buigen. U zult als dader niet als strafbaar worden gezien wanneer u heeft gehandeld op een wijze waar u niet verantwoordelijk voor kunt worden gehouden of wanneer er niet van u verwacht kan worden dat u op enige andere wijze had gehandeld in de betreffende situatie. U kunt onder meer niet strafbaar zijn wanneer er sprake is van psychische overmacht of bijvoorbeeld ontoerekeningsvatbaarheid.

Welke straf of maatregel is passend?

Als wordt besloten dat u een straf moet worden opgelegd, dan moet er worden bekeken welke straf of maatregel in uw strafzaak passend is. Het is mogelijk dat de rechter bepaalt dat een maatregel of een straf niet nodig is. Dan is er sprake van de gerechtelijke pardonregeling. In principe worden er vier soorten straffen / maatregelen opgelegd. Het kan gaan om een gevangenisstraf, om een taakstraf, om een hechtenis of om een geldboete. Ook het ontzeggen van bepaalde rechten, het openbaar maken van de uitspraak en de verbeurdverklaring vallen onder de straffen, maar worden aangemerkt als bijkomende straffen.

ist in te schakelen om samen te kijken naar uw kansen en mogelijkheden. Als er bijvoorbeeld genoeg bewijs is om uw vrij te pleiten, dan zal uw advocaat zich nooit bij een strafbeschikking neerleggen. Laat u dus goed informeren bij een strafrechtzaak.

[bsa_pro_ad_space id=15]